De schipper en zijn kompas

De schipper en zijn kompas

Er was eens een schipper. Hij kon niet lezen of schrijven. Maar de zee vertelde hem alles wat hij weten moest. Hij hield van de zee. De zee was zijn leven. Met de zon in zijn gezicht, de wind door zijn haar en de geur van de zilte zee voer hij daar waar de stroming hem bracht. Hele werelden ontdekte hij en zijn dagen bracht hij door staande aan het roer en met een brede glimlach. Hij was gelukkig.

Tot op een dag hij een haven aandeed waar hij een andere schipper ontmoette. Deze schipper vertelde hem over een kompas dat hij gebruikte om zijn koers uit te zetten en liet de schipper zien hoe het werkte. Samen bepaalden ze de koers. Toen voeren ze uit, hun blik gericht op het kompas. Week de naald iets af van de gezette koers, dan stuurden ze direct bij. Terug in de haven was de schipper verkocht. Hij moest ook zo’n kompas hebben. En zo geschiedde.

Hij kocht een kompas en installeerde deze bij zijn roer. Hij kon niet wachten om de zee op te gaan. De volgende ochtend vroeg voer hij uit. Hij zette zijn koers en aandachtig volgde hij zijn kompas. Hij had zichzelf een uitdaging gesteld. Het verste land dat hij kon bedenken was zijn eindbestemming. Na enkele dagen bereikte hij dit land. Het viel hem op dat hij er sneller was aangekomen dan verwacht. Hij was verheugd. Het kompas werkte goed. Het was vast een geschenk van God.

Dankbaar voor dit geschenk voer hij die weken en maanden daarna naar elke denkbeeldige bestemming. En altijd weer kwam hij precies daar waar hij zijn moest en sneller dan hij ooit had durven dromen. In elke haven waar hij kwam vertelde hij over het kompas dat zijn leven had veranderd. Hij raakte er niet over uitgepraat.

Tot op een dag hij ’s avonds op het dek van zijn schip zat en naar de zonsondergang keek. Hij ademde diep in en snoof de zeelucht op. Opeens voelde hij een weeïg verlangen in zijn hart. Verdriet kwam omhoog, een traan rolde uit zijn oog. Hij wist niet wat er was of waar het gevoel vandaan kwam. Stil keek hij voor zich uit. Toen de zon onder was, keek hij naar de hemel en naar de sterren. De sterren die hem al jaren de weg hadden gewezen in de nacht.

Opeens wist hij het. Het kompas had hem misschien wel sneller op zijn bestemming gebracht en loodste hem supersnel over de zee, maar het had hem de vreugde van het varen op zee ontnomen. Soms kwam hij op zijn eindbestemming aan en had hij geen idee waar hij langs was gevaren. Hij wist vaak niet eens meer hoe de stroming stond en ook het weer voelde hij niet meer omslaan. Hij had zo blind vertrouwd op zijn kompas, dat hij zijn hele zeemansgevoel was kwijtgeraakt.

Hij zuchtte diep en vroeg aan God: “U gaf mij dit kompas en daar ben ik heel dankbaar voor. Ik heb vele prachtige reizen gemaakt. Maar door het kompas ben ik vergeten hoeveel ik ervan hou om me mee te laten voeren met de stroming, om de zee mij te laten vertellen waar ik heen ga. Het klinkt misschien ondankbaar, maar ik weet niet wat ik er nu mee moet.”

God antwoordde: “Ik heb je een kompas gegeven dat je precies vertelde wat je moest weten. Door daarop te vertrouwen kon jij je verbinden met de zee, je voelde de stroming en de wind en je rook de geur. Door dit kompas kon jij je weg vinden en werd jij één met de zee. Dat bracht geluk en vreugde in je leven.”

De schipper werd even stil. Hij begreep er niets van. Dit kompas had hem dat allemaal niet gebracht. “Maar ik begrijp het niet,” sprak hij tot God, “dit kompas brengt me dat allemaal niet. Wat doe ik verkeerd?” God antwoordde: “Je hebt jouw magisch kompas vervangen voor een technisch kompas waardoor je vergat dat alles dat jij nodig hebt om jouw weg te vinden allang in jouw bezit is.”

Nu begreep de schipper het. Zijn hart was zijn kompas en had hem al die jaren gelukkig gemaakt en vanaf nu zou hij daar weer op vertrouwen. Hij maakte de trossen los en voer weg, de zee op. Waarheen maakte hem niet uit, hij wist dat hij toch wel kwam waar hij zijn moest.

(Bron: Eveline van der Dongen)

 

0